Eerste omgevingsvergunningen voor kleinhandelsactiviteiten worden op 1 augustus uitgereikt

Na de regionalisering heeft het Vlaamse gewest beslist om de kleinhandelsvergunning, de socio-economische vergunning of de sociaal-economische machtiging zoals ze ook wordt genoemd, te integreren in de omgevingsvergunning. De oorspronkelijke startdatum van 1 januari 2018 werd niet gehaald, maar volgens een zopas gepubliceerd diversebepalingenbesluit gaat de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten deze zomer van start.
Dat houdt een aantal wijzigingen in ten opzichte van de huidige situatie.

Kleinhandelsactiviteiten

Vooreerst wat niet wijzigt: voor het inplanten (en wijzigen) van handelsvestigingen met een netto-handelsoppervlakte van meer dan 400 m² hebt u nog altijd een vergunning nodig.
Die vergunning wordt onder de omgevingsvergunning behandeld door de gemeente. Maar voor aanvragen van meer dan 20.000 m² (niet: 15.000 m²), buiten de centrumsteden, moet u bij de provincie terecht.

Er wordt ook een onderscheid gemaakt tussen diverse categorieën van kleinhandelsactiviteiten. Die categorieën zijn:

de verkoop van voeding;

de verkoop van goederen voor persoonsuitrusting;

de verkoop van planten, bloemen en goederen voor de land- en tuinbouw; en

de verkoop van andere producten.

Wijzigen van categorie is voortaan onderworpen aan de vergunningsplicht.

De Vlaamse regering preciseert ook wanneer er sprake is van een vergunningsplichtige wijziging of uitbreiding. En ze heeft een Comité voor de Kleinhandel opgericht als alternatief voor het huidige NSECD - dat is Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie -, maar het Vlaamse comité is nog niet actief.

Vergunningsprocedure

Het diversebepalingenbesluit van 9 maart 2018 legt nu de vergunningsprocedure voor de vergunningsaanvragen vast. Daar lezen we dat aanvragen voor een omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten met een netto handelsoppervlakte van meer dan 400 m² en ten hoogste 20.000 m² de vereenvoudigde vergunningsprocedure mogen volgen. Dus zonder openbaar onderzoek.

Aanvragen voor een netto handelsoppervlakte van meer dan 20.000 m² worden afgehandeld volgens de gewone procedure. Dus mét openbaar onderzoek.
Als de handelszaak op minder dan 20 km van een gewestgrens ligt, zal de Vlaamse regering (of de gewestelijke omgevingsambtenaar) ook het andere gewest op de hoogte moeten brengen en kan die andere gewestregering dan vragen om eerst overleg te plegen vooraleer het gewest de vergunning kan toestaan of weigeren (art. 6, §5bis BWHI).

Omwonenden informeren

Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning betrekking heeft op een hinderlijke inrichting van klasse 1, moet de gemeente de omwonenden op de hoogte brengen. Dat is ook het geval wanneer een aanvraag betrekking heeft:

op stedenbouwkundige handelingen op een perceel met een kadastraal nummer,

op het verkavelen van gronden met een kadastraal nummer, en

binnenkort ook op kleinhandelsactiviteiten.

De gemeente moet de eigenaars van de aanpalende percelen verwittigen. Het omgevingsvergunningsdecreet zegt hoe dat moet gebeuren (art. 85-86).

Advies

De gemeente beslist autonoom over vergunningsaanvragen voor een netto-handelsoppervlakte van 400 m² tot 1.000 m².

Over vergunningsaanvragen en beroepen voor een netto handelsoppervlakte van minstens 1.000 m² moet de gemeente of provincie het advies vragen van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VAIO). VAIO zal de vergunningsaanvraag aftoetsen aan de beoordelingsgronden uit het decreet op het integraal handelsbeleid en aan de gewestelijke prioriteiten op het vlak van het integraal handelsbeleid. Het agentschap kan een subadvies vragen aan het Comité voor de Kleinhandel, eens dat is opgericht.

Over alle aanvragen van meer dan 20.000 m² - binnen (gemeente) of buiten de centrumsteden (provincie) - moet eerst het advies gevraagd worden van de provinciale omgevingsvergunningscommissie (POVC).

Niet helemaal digitaal?

Omgevingsvergunningsaanvragen voor Vlaamse projecten, voor provinciale projecten, voor stedenbouwkundige projecten met medewerking van een architect, en andere moeten digitaal ingediend worden. Digitaal is de regel, maar dat is niet zo bij de aanvragen voor kleinhandelsactiviteiten.

Dergelijke aanvragen worden per beveiligde zending ingediend. Dat gebeurt in 4 exemplaren: 2 op papier en 2 op usb-stick. De aanvragen worden verder op de ouderwetse 'papieren' manier afgehandeld.

Bij een gecombineerde aanvraag, bv. een aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen in combinatie met kleinhandelsactiviteiten, zal de omgevingsvergunning voor de stedenbouwkundige handelingen digitaal ingediend worden, met een verwijzing naar een niet-gestructureerd addendum in PDF voor de kleinhandelsactiviteiten.

De ministers bevoegd voor Ruimtelijke Ordening, Leefmilieu en het Waterbeleid - Joke Schauvliege dus - en de minister bevoegd voor Economie - Philippe Muyters - zullen samen nog een datum vastleggen vanaf wanneer ook deze aanvragen digitaal kunnen worden ingediend en behandeld. Dat zal pas zijn wanneer het omgevingsloket, het uitwisselingsplatform en de lokale systemen de nieuwe vergunningen kunnen verwerken.

Van toepassing:

Vlaams gewest.

1 augustus 2018.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2018 tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid en het decreet van 8 december 2017 houdende diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, BS 24 april 2018 [diversebepalingenbesluit van 9 maart 2018].

Zie ook:
Decreet van 15 juli 2016 houdende het integraal handelsvestigingsbeleid, BS 29 juli 2016 [DIHB].
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, BS 23 oktober 2014 [OVD].