Raad van State vernietigt extra ziekenhuisbudget voor overheidspensioenen

De Raad van State vernietigt het sinds 1 juli 2016 voorziene extra ziekenhuisbudget voor de financiering van de overheidspensioenen. En dit omdat de nieuwe regeling niet voor advies is voorgelegd aan de afdeling financiering van de vroegere Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen.

Sinds 1 juli 2016 krijgen de ziekenhuizen bijkomende financiële middelen om de extra kosten die de overheidspensioenen met zich meebrengen te financieren. Het totale budget dat hiervoor voorzien is wordt over de betrokken ziekenhuizen verdeeld op basis van hun aanvullende pensioenbijdragen voor individuele responsabilisering.
Volgens het KB van 3 oktober 2016 moeten de ziekenhuizen om van dit extra budget te kunnen blijven genieten, elk jaar kunnen aantonen dat hun gemiddel aantal VTE statutairen of VTE statutairen die ter beschikking gesteld zijn door een plaatselijke of provinciale overheidsdienst aangesloten bij het gesolidariseerd pensioenfonds van de DIBISS (Dienst voor de Bijzondere Socialezekerheidsstelsels) niet verhoogd is in vergelijking met 2016.

De Raad van State vernietigt nu deze financieringsregeling. Omdat de uiteindelijk aangenomen regels niet zijn voorgelegd aan het advies van de afdeling financiering van de vroegere Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen (nu de Federale Raad).

De Raad van State erkent wel dat de Nationale Raad een advies heeft kunnen geven en ook daadwerkelijk gegeven heeft. Maar in de adviesaanvraag was op geen enkele wijze sprake van de regeling die uiteindelijk is aangenomen. Bijgevolg heeft de Raad ook niet kunnen adviseren over de uiteindelijke keuze - namelijk het voorbehouden van het behoud van de aanvullende financiering aan ziekenhuizen die kunnen bewijzen dat het gemiddeld aantal statutaire VTE's niet hoger is dan dat van 2016. Omdat de Nationale Raad totaal geen weet had van deze regeling, heeft hij geen voorbehoud kunnen maken ten aanzien van de nieuwe regeling. En dat kan niet, zegt de Raad van State. De Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen moet - volgens artikel 105, §1, 1° van de ziekenhuiswet - immers gehoord worden over de voorwaarden en de regels voor de vaststelling van het BFM en de onderscheiden bestanddelen. Wat hier dus niet is gebeurd.

Bron: RvS 30 maart 2018, nr. 241.197

Koninklijk besluit van 3 oktober 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, BS 13 oktober 2016
Koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen (art.?73)
Ziekenhuiswet (art.?105)