KMO's kunnen nu ook 'vordering tot collectief herstel' instellen

Een wet van 30 maart 2018 maakt de regeling over de 'rechtsvordering tot collectief herstel' die in het Wetboek van Economisch Recht (WER) staat, ook van toepassing op KMO's.

De 'vordering tot collectief herstel' werd al eerder in de Belgische wetgeving ingevoerd, maar bleef beperkt tot het consumentenrecht. Omdat het systeem voor de consumenten de aanbeveling 2013/396/EU volgt, heeft de wetgever zich op dezelfde principes gebaseerd voor de 'vordering tot collectief herstel' die wordt ingesteld ten voordele van KMO's.

Om rekening te houden met de specificiteiten van de KMO's bracht de wetgever de nodige aanpassingen aan, zoals bv. het feit dat de vordering tot collectief herstel kan worden ingesteld bij de rechtbank van koophandel, terwijl de rechtbank van eerste aanleg op dat vlak bevoegd is voor de consumenten. De groepsvertegenwoordiger die de vordering zal kunnen instellen, verschilt van diegene die dit voorrecht heeft in het consumentenrecht.

Wijzigingen in Wetboek van Economisch Recht

De wet van 30 maart 2018 wil de toegang tot het gerecht vergemakkelijken; ze past 'Boek XVII. Bijzondere rechtsprocedures' van het WER aan om een objectieve, rechtvaardige en snelle procedure op te zetten. In overeenstemming met overweging 21 van aanbeveling 2013/396/EU krijgen de rechtbanken een sleutelrol in de bescherming van de rechten en belangen van alle partijen die betrokken zijn bij een gemeenschappelijke vordering en in het efficiënt beheer van dit soort acties.

Definities eigen aan Boek XVII
De wet van 30 maart 2018 introduceert het begrip 'KMO' in de 'Definities eigen aan boek XVII' van het WER (wijziging art. I.21, WER; art. 2, wet van 30 maart 2018).

Samenstelling van de groep
De 'vordering tot collectief herstel' kan ingesteld worden door een groep van KMO's.

De groep kan gevormd worden door het geheel van de KMO's (in de zin van aanbeveling 2003/361/EG) die, ten persoonlijke titel, schade geleden hebben als gevolg van een gemeenschappelijke oorzaak, zoals die is beschreven in de ontvankelijkheidsbeslissing bedoeld in artikel XVII.43 van het WER en die (nieuwe § 1/1, art. XVII.38, WER; art. 3, wet van 30 maart 2018):

voor zij die hun voornaamste vestiging in België hebben,in geval van toepassing van het optiesysteem met exclusie, binnen de termijn bepaald in de ontvankelijkheidsbeslissing, niet uitdrukkelijk de wil geuit hebben geen deel uit te maken van de groep; in geval van toepassing van het optiesysteem met inclusie, binnen de termijn bepaald in de ontvankelijkheidsbeslissing, uitdrukkelijk de wil hebben geuit deel uit te maken van de groep;

voor zij die niet hun voornaamste vestiging in België hebben,

binnen de termijn bepaald in de ontvankelijkheidsbeslissing, uitdrukkelijk de wil hebben geuit om deel uit te maken van de groep.

De KMO deelt haar keuze mee aan de griffie. De Koning kan bepalen op welke wijze de KMO haar keuze aan de griffie kan meedelen.

Het uitoefenen van het keuzerecht is onherroepelijk behoudens de toepassing van de artikelen XVII.49, § 4 en XVII.54, § 5 van het WER.

Groepsvertegenwoordiger

De groep van KMO's kan slechts worden vertegenwoordigd door één enkele groepsvertegenwoordiger.

Kunnen optreden als groepsvertegenwoordiger:

een interprofessionele organisatie ter verdediging van de belangen van de KMO?s die rechtspersoonlijkheid bezit en voor zover zij in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO vertegenwoordigd is of door de minister, volgens criteria vast te stellen bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, erkend is;

een vereniging met rechtspersoonlijkheid, die door de minister erkend is, waarvan het maatschappelijk doel in rechtstreeks verband staat met de collectieve schade die door de groep is geleden en die niet op een duurzame wijze een economisch doel nastreeft. Deze vereniging bezit, op de dag waarop zij de rechtsvordering tot collectief herstel instelt, sedert ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid. Door de voorlegging van haar activiteitenverslagen of van enig anders stuk, bewijst zij dat er een werkelijke bedrijvigheid is die overeenstemt met haar maatschappelijk doel en dat die bedrijvigheid betrekking heeft op het collectief belang dat zij wil beschermen;

een vertegenwoordigende instantie erkend door een lidstaat van de Europese Unie of de EER om als vertegenwoordiger op te treden en die beantwoordt aan de voorwaarden van punt 4 van de aanbeveling 2013/396/EU.

Verzoekschrift

Onverminderd de toepassing van de artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek wordt het verzoekschrift tot een collectief herstel gericht aan of neergelegd bij de griffie van de rechtbank van koophandel en bevat het:

het bewijs dat voldaan is aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII.36;

de beschrijving van de collectieve schade die het voorwerp uitmaakt van de rechtsvordering tot collectief herstel;

het voorgestelde optiesysteem en de redenen van deze keuze;

de beschrijving van de groep waarvoor de groepsvertegenwoordiger de bedoeling heeft op te treden, met een zo nauwkeurig mogelijke raming van het aantal benadeelde personen; wanneer de groep subcategorieën bevat, worden deze inlichtingen verduidelijkt per subcategorie.

De partijen bij een akkoord tot collectief herstel kunnen de rechter vatten bij gezamenlijk verzoekschrift om de homologatie van het akkoord te bekomen. Onverminderd de toepassing van de artikelen 1034bis e.v. van het Ger.W., bevat het verzoekschrift het bewijs dat is voldaan aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII.36.

Het akkoord tot collectief herstel, dat bij het verzoekschrift wordt gevoegd, bevat de elementen bepaald in artikel XVII.45, § 3, 2° tot 13°, en bepaalt het toe te passen optiesysteem evenals de termijn die aan de consumenten en/of aan de KMO's wordt toegekend om hun keuzerecht uit te oefenen.

Wanneer het verzoekschrift onvolledig is, nodigt de griffie de verzoeker uit om het aan te vullen binnen de acht dagen. Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is aangevuld, wordt geacht niet te zijn ingediend.

Homologatie akkoord tot collectief herstel
Wanneer het akkoord tot collectief herstel volledig is of werd vervolledigd, homologeert de rechter het akkoord (behalve in enkele specifieke gevallen). In zijn homologatiebeschikking duidt de rechter de schadeafwikkelaar aan onder de personen die voorkomen op de lijst opgesteld in toepassing van artikel XVII.57.

De homologatiebeschikking heeft de gevolgen van een vonnis in de zin van artikel 1043 van het Gerechtelijk Wetboek. De beschikking bindt alle groepsleden, met uitzondering van de consument of van de KMO die, alhoewel hij deel uitmaakt van de groep, aantoont redelijkerwijs geen kennis te kunnen hebben genomen van de ontvankelijkheidsbeslissing tijdens de termijn die overeenkomstig artikel XVII.43, § 2, 7°, is bepaald.

Beslissing ten gronde
De beslissing van de rechter ten gronde die besluit tot een verplichting tot collectief herstel in hoofde van de verweerder bevat minimum een aantal elementen (art. XVII.54, WER), waaronder de modaliteiten en het bedrag van het herstel. Wanneer dit plaatsvindt bij equivalent, oordeelt de rechter, naargelang de omstandigheden van het geval, over de opportuniteit om een globaal vergoedingsbedrag vast te stellen, in voorkomend geval per subcategorie, te verdelen tussen de leden van de groep of een geïndividualiseerd bedrag, te betalen aan elke consument en/of KMO die zich aanmeldt. De herstelmodaliteiten kunnen verschillen naargelang de eventuele subcategorieën van de groep.

De beslissing van de rechter over de grond bindt alle groepsleden, met uitzondering van de consument en/of de KMO die, alhoewel hij deel uitmaakt van de groep, aantoont redelijkerwijs geen kennis te kunnen hebben genomen van de ontvankelijkheidsbeslissing gedurende de termijn bepaald in artikel XVII.43, § 2, 7°.

Uitvoering van gehomologeerde akkoord of beslissing ten gronde
Wanneer het gehomologeerde akkoord of de beslissing van de rechter ten gronde, volledig is uitgevoerd, maakt de schadeafwikkelaar een eindverslag over aan de rechter. Dit verslag wordt eveneens ter informatie aan de groepsvertegenwoordiger en de verweerder overgemaakt.
Dit eindverslag bevat alle informatie die nodig is om de rechter toe te laten een beslissing te nemen over de definitieve afsluiting van de rechtsvordering tot collectief herstel. Het eindverslag preciseert het bedrag van het resterende saldo dat niet aan de KMO's en/of consumenten werd uitgekeerd.
Het eindverslag bevat eveneens een gedetailleerd overzicht van de kosten en de vergoeding van de schadeafwikkelaar. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de regels die door de Koning zijn vastgelegd.

De rechter beslist over het eindverslag. Door het goed te keuren, maakt de rechter definitief een einde aan de uitvoeringsprocedure verzekerd door de schadeafwikkelaar. Na de goedkeuring van het eindverslag door de rechter kan de schadeafwikkelaar de gemaakte kosten en zijn vergoeding terugvorderen van de verweerder.

Verjaring
Wanneer de rechtsvordering tot collectief herstel door de rechter ontvankelijk wordt verklaard, wordt de verjaringstermijn van de individuele rechtsvordering van de KMO en/of van de consument die heeft gekozen voor de uitsluiting uit de groep in toepassing van artikel XVII.38, § 1, 1°, a), geschorst voor de duur van de tijd tussen de bekendmaking van de ontvankelijkheidsbeslissing in het Belgisch Staatsblad en de dag waarop hij zijn keuze aan de griffie heeft meegedeeld.

Indien de rechter in toepassing van artikel XVII.40 de afsluiting vaststelt van de procedure tot collectief herstel, wordt de verjaringstermijn van de individuele rechtsvordering van de KMO en/of van de consument die groepslid is, geschorst voor de duur van de tijd tussen de bekendmaking van de ontvankelijkheidsbeslissing in het Belgisch Staatsblad en de dag van de beslissing waarbij die afsluiting wordt vastgesteld.

De verjaringstermijn voor de individuele rechtsvordering van de KMO en/of van de consument die is uitgesloten uit de definitieve lijst met toepassing van artikel XVII.58, § 4, wordt geschorst voor de duur van de tijd tussen de bekendmaking van de in artikel XVII.43 bedoelde ontvankelijkheidsbeslissing in het Belgisch Staatsblad en de dag waarop hij door de griffie in kennis is gesteld van zijn niet-inschrijving op voornoemde lijst met toepassing van artikel XVII.58, § 5.

Verband met andere procedures
De rechter beslist over de ontvankelijkheid van een rechtsvordering tot collectief herstel, over de homologatie van een akkoord tot herstel van een collectieve schade of over de grond van het geschil onafgezien elke vervolging die voor dezelfde feiten is ingesteld voor een strafrechtelijke rechtbank.

Een consument of de KMO die zich burgerlijke partij stelt voor een strafrechtelijke rechtbank is geen groepslid, en kan geen beroep doen op de rechtsvordering tot collectief herstel, tenzij die partij afstand doet van haar burgerlijke partijstelling voor het verstrijken van de optietermijn bedoeld in artikel XVII.43, § 2, 7°.

De rechtsvordering tot collectief herstel verzet er zich niet tegen dat een groepslid en de verweerder wegens eenzelfde oorzaak deelnemen aan een buitengerechtelijke regeling van een geschil. Wanneer een dergelijke regeling tot een oplossing van het geschil leidt, verliest de consument of de KMO zijn hoedanigheid van groepslid en brengt de verweerder de griffie hiervan op de hoogte.

Wijzigingen in Gerechtelijk Wetboek

De wet van 30 maart 2018 schrijft in het Gerechtelijk Wetboek in dat de rechtbank van koophandel nu ook kennis neemt ?uitsluitend, van de vorderingen tot collectief herstel bedoeld in artikel XVII.42 van het WER? (nieuw punt 21°, art. 574, Ger.W.; art. 13, wet van 30 maart 2018).

De rechtbank van koophandel te Brussel en, in graad van beroep, het hof van beroep te Brussel , zijn als enige bevoegd voor de rechtsvorderingen tot collectief herstel bedoeld in Titel 2 van Boek XVII van het WER (vervanging art. 633ter, Ger.W.; art. 14, Wet van 30 maart 2018).

In werking

De 'vordering tot collectief herstel' voorzien in de wet van 30 maart 2018 kan slechts worden ingesteld voor zover de gemeenschappelijke oorzaak van de collectieve schade zich na 1 september 2014 heeft voorgedaan.

Bron: Wet van 30 maart 2018 houdende wijziging, wat de uitbreiding van het toepassingsgebied van de vordering tot collectief herstel tot KMO's betreft, van het Wetboek van economisch recht, BS 22 mei 2018.

Zie ook:
- Wetboek van Economisch Recht van 28 februari 2013 (WER), BS 29 maart 2013.
- Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967 (Ger.W.), BS 31 oktober 1967.
- Aanbeveling 2013/396/EU van de Commissie van 11 juni 2013 over gemeenschappelijke beginselen voor mechanismen voor collectieve vorderingen tot staking en tot schadevergoeding in de lidstaten betreffende schendingen van aan het EU-recht ontleende rechten, Pb.L. 201, 26 juli 2013.
- Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, Pb.L. 124, 20 mei 2003.