Sociale zekerheidsinstellingen betalen gerechtskosten ook bij geschillen met overheidspersoneel

Wanneer vorderingen door of tegen sociaal verzekerden zijn ingesteld, staat de overheid of instelling die de sociale zekerheidswetgeving moet toepassen in voor de betaling van de gerechtskosten, ook al heeft ze van de rechter gelijk gekregen. Deze regeling werd ingevoerd om iedereen de kans te geven om - bij sociale zekerheidsgeschillen - zich tot de arbeidsgerechten te kunnen richten. De huidige regeling is echter beperkt tot werknemers, maar de wetgever breidt ze nu uit naar het statutair overheidspersoneel.

De wetgever volgt hiermee het Grondwettelijk Hof. Dat heeft in 2010 al gesteld dat de beperking van deze regeling tot werknemers strijdig is met de Grondwet. De sociaal verzekerde is immers ruimer dan de werknemer. Het gaat om alle natuurlijke personen die recht hebben op sociale prestaties, er aanspraak op maken of er aanspraak op kunnen maken. En die sociale prestaties beogen zowel de werknemers als het personeel van de openbare sector. Een onderscheid tussen beide groepen van sociaal verzekerden is - in het licht van het vergemakkelijken van de toegang tot het arbeidsgerecht - volgens het Hof niet redelijk verantwoord. De sociale zekerheidsinstellingen moeten volgens het Hof dus ook de gerechtskosten betalen bij geschillen met statutaire personeelsleden, en niet alleen bij geschillen met werknemers. De wetgever voert nu de nodige aanpassingen door zodat dit ook effectief kan gebeuren.

Artikel 23 van de wet van 18 maart 2018 is in werking getreden op 12 mei 2018.

Bron: Wet van 18 maart 2018 houdende wijzigingen van diverse bepalingen van het strafrecht, de strafvordering en het gerechtelijk recht, BS 2 mei 2018 (art. 23, a))

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 1017)
GwH 25 februari 2010, nr. 18/2010?
Wet van 11 april 1995 tot invoering van het ?handvest? van de sociaal verzekerde (art.?2)