Verbetering rechterlijke beslissingen bijgestuurd (art. 34-39 Wet Werklastvermindering Justitie)

De wetgever brengt enkele veranderingen aan de regels voor de verbetering van rechterlijke beslissingen. Meer zaken kunnen eenvoudigweg hersteld worden. En de regeling voor het herstel van het verzuim om uitspraak te doen over een punt van de vordering wordt verfijnd.

Verbetering

De rechter die een beslissing heeft gewezen en de rechter waarnaar een beslissing wordt verwezen kunnen vrij eenvoudig bepaalde zaken die zijn misgelopen in de gewezen beslissing verbeteren. De verbeteringsregeling wordt nu op enkele punten aangepast.

Voortaan kunnen deze rechters zelf elke kennelijke rekenfout of verschrijving verbeteren. Ze kunnen ook elke kennelijke leemte zelf verbeteren, voor zover het niet gaat om het verzuim om uitspraak te doen over een punt van de vordering. Inclusief het ontbreken van vaststellingen of vermeldingen in rechterlijke uitspraken die vereist zijn voor de wettigheid ervan, zoals bedoeld in de art. 780 of 782 van het Gerechtelijk Wetboek. Bijvoorbeeld het ontbreken van een handtekening van een rechter of het ontbreken van de naam van een rechter. Ze kunnen ook de louter formele miskenningen van de gerechtstaalwet van 1935 herstellen. Bij de verbetering moeten ze er wel opletten dat ze de bevestigde rechten niet uitbreiden, beperken en wijzigen. Verbetering kan ambthalve of op vraag van een partij.

De verbetering moet steun vinden in de wet, in het rechtsplegingsdossier of in de stavingsstukken die voorgelegd zijn aan de rechter die de te verbeteren beslissing heeft uitgesproken.

Herstel verzuim

Het gerecht dat verzuimd heeft zich over een punt van de vordering uit te spreken (bv. over een tegenvordering of een vordering over toekenning van interest), kan dit verzuim zelf herstellen. De regels hierover worden nu verfijnd.

Tot nu luidde het dat de rechter niet mocht raken aan het in kracht van gewijsde gegane van de andere punten. In de nieuwe regeling is er geen sprake meer van de inachtneming van het gezag van gewijsde. Nu luidt het dat hij geen afbreuk mag doen aan de beslissingen die zijn uitgesproken over de al beslechte geschilpunten. Die nieuwe formulering is een toepassing van de in art. 19 Ger.W. verankerde regel van openbare orde over de onttrekking van de zaak aan de rechter. En het betekent dat de rechter bij het herstel van het verzuim geen afbreuk mag doen aan de definitieve beslissingen die hij al gewezen heeft en waarbij hij zijn rechtsmacht heeft uitgeput over de andere geschilpunten die aan hem voorgelegd zijn.

Het verzoek tot herstel moet ingediend worden binnen een jaar nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Die termijn is voortaan voorgeschreven op straffe van verval.

Geen rechtsmiddelen

Voor de uitlegging of verbetering van een beslissing of voor het herstel in een beslissing van een verzuim kan men geen beroep doen op rechtsmiddelen (hoger beroep, verzet, cassatieberoep), als dit de enige grief is. Dergelijke kleinigheden kunnen beter, sneller en goedkoper hersteld worden via het stelsel dat specifiek voorzien is voor uitlegging, verbetering en herstel van rechterlijke beslissingen.

Inwerkingtreding

De artikelen 34 tot 36 van de wet van 25 mei 2018 zijn in werking getreden op 9 juni 2018.

Bron: Wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, BS 30 mei 2018 (art. 34?39 Wet Werklastvermindering Justitie)

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art.?794, 794/1, 795, 797, 799 en 800)