Waalse Gewest completeert en versterkt zijn Erfgoedwetboek

Volgend op de hervorming van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium (WWROSP) is het beleid inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw in zijn geheel ondergebracht in het nieuwe Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (WRO) dat op 1 juni 2017 in werking is getreden. Het voormalige WWROSP is als gevolg hiervan het Waalse Erfgoedwetboek geworden. Hoewel de verschillende beleidsdomeinen aan elkaar gekoppeld zijn, heeft de wetgever het noodzakelijk geacht deze beleidsgebieden te organiseren in autonome teksten. Het Erfgoedwetboek wordt momenteel herzien en herschikt om met name de leesbaarheid ervan te verbeteren en nieuwe begrippen toe te voegen. Er werd voorlopig nog geen datum van inwerkingtreding vastgesteld.

Erfgoed?

Het nieuwe Wetboek begint met een nadere definitie van wat in deze context onder erfgoed moet worden verstaan. Erfgoed wordt hierbij omschreven als zijnde ?de gezamenlijke onroerende goederen die een weerspiegeling en uitdrukking zijn en vormen van de voortdurend evoluerende waarden, geloofsbelijdenis, kennis, vaardigheden en tradities waarvan de bescherming verantwoord is wegens met name hun belang voor archeologie, geschiedenis, wetenschap, kunsten, maatschappij, techniek, herinnering, schoonheid, landschap of stedenbouw, en waarbij rekening gehouden wordt met criteria inzake zeldzaamheid, authenticiteit, integriteit of representativiteit?.

Concreet betekent dit dat de hele bevolking (d.w.z. het Gewest, de gemeenten, de publieke en private actoren, en de inwoners) moet deelnemen aan de erkenning, de geïntegreerde instandhouding, de ontwikkeling en het beheer van het erfgoed met het oog op het 'doorgeven ervan aan de komende generaties'.

Werelderfgoed

Het 'nieuwe' Waalse Erfgoedwetboek is gebaseerd op de bestaande bepalingen van het voormalige WWROSP en neemt sommige ervan in grote lijnen over. Dit is met name het geval voor de elementen van het erfgoed die erkend zijn als werelderfgoed, met inbegrip van de oprichting en werking van het CWAPAM, het 'Comité wallon du patrimoine mondial' (Waals comité voor het werelderfgoed). In dit verband moet worden opgemerkt dat bij de samenstelling van het Comité rekening gehouden werd met de recente oprichting van het AWaP, het Agence wallonne du Patrimoine (Waals Erfgoedagentschap) dat sinds 1 januari 2018 operationeel is en als dusdanig vertegenwoordigd wordt door zijn inspecteur-generaal.

Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen (KCMLO)

De KCMLO wordt voortaan omschreven als een multidisciplinair en onafhankelijk wetenschappelijk adviescollege, waarvan de leden door de regering worden aangewezen naargelang van hun deskundigheid en hun ervaring inzake erfgoed. De Commissie wordt gestructureerd in een bureau, een gewestelijke kamer en gedecentraliseerde kamers.

Het Wetboek zet de basisbeginselen omtrent de opdrachten van de Commissie uiteen (algemene aanbevelingen, adviezen en voorstellen aan de regering, meewerken aan het driejaarlijkse verslag over de stand van zaken en de vooruitzichten inzake bescherming van het erfgoed, enz.) die kunnen worden aangevuld door de regering. De regering is daarnaast belast met het vaststellen van de samenstelling, de wijze van aanwijzing van de leden en de werkingsmodaliteiten van de Commissie. Tot de goedkeuring van dit besluit blijft de huidige werking en samenstelling van de Commissie behouden.

Gewestelijke inventaris en gemeentelijke inventarissen

De gewestelijke inventaris omvat de goederen van de inventaris van het onroerend cultureel erfgoed en de goederen die vallen onder het 'klein volkspatrimonium'. Deze laatste categorie groepeert de niet-beschermde kleine elementen van het erfgoed die erkend zijn als elementen met een patrimoniaal belang, die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of die toegankelijk zijn voor het publiek, en die als referentie dienen voor een plaatselijke bevolking of die bijdragen tot het samenhorigheidsgevoel.

De Waalse regering is belast met het bepalen van de erkennings-, beschermings- en valorisatiemodaliteiten van de goederen die zijn opgenomen in de gewestelijke inventaris. Tot de bekendmaking van de gewestelijke inventaris, fungeren de inventaris van het monumentale erfgoed en de inventaris van het onroerend cultureel erfgoed als instrument bij de besluitvorming van de Erfgoedadministratie.

Daarnaast kan elke gemeenteraad een gemeentelijke inventaris opstellen van erfgoedgoederen die representatief zijn voor het gemeentelijke grondgebied en die volgens de raad beschermd moeten worden. Deze inventaris moet evenwel worden goedgekeurd door de regering die tevens de modaliteiten voor de vaststelling en de aanneming van de inventaris, alsook de bijzondere bekendmakings-, informatie- en beroepsmodaliteiten van de eigenaars, bepaalt.

Het Wetboek besteedt verder aandacht aan de archeologische kaart, een cartografisch beslissingsondersteunend instrument inzake informatie, preventie en beheer van vindplaatsen van archeologische goederen en geregistreerde archeologische sites. Deze kaart bakent de gekende en geregistreerde archeologische sites af, d.w.z. plaatsen waar de kans om bij werkzaamheden op archeologische vondsten te stoten bijzonder groot is. De kaart wordt opgesteld en bijgewerkt door de regering. Tot de publicatie van de kaart doet de inventaris van het archeologisch erfgoed dienst als hulpmiddel op gebied van preventieve archeologie.

Beide soorten inventarissen en de archeologische kaart moeten gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad en beschikbaar zijn op de website van de administratie.

Bescherming en opname van goederen in de monumentenlijst

Het Wetboek herneemt tevens de bepalingen van het voormalige WWROSP met betrekking tot de beschermingslijst. Deze lijst bevat de onroerende goederen, bedreigd met vernietiging of met een voorlopige of definitieve wijziging, die tijdelijk worden beschermd. De openbare overheden kunnen op eigen initiatief beslissen om een goed in deze lijst op te nemen, maar dit kan eveneens gebeuren op verzoek van de eigenaar of een voldoende aantal personen (afhankelijk van het aantal inwoners van de stad in kwestie).

In voorkomend geval wordt het goed in de lijst opgenomen voor een periode van twaalf maanden zonder verlenging, met ingang van de inschrijvingsdatum. De Erfgoedadministratie stelt binnen deze periode een verslag op over de mogelijkheid om de procedure tot bescherming van het goed al dan niet in te leiden.

De regering kan elk goed dat onder het erfgoed valt immers als 'beschermd goed' erkennen. Ze baseert zich hierbij op de erfgoedfiche van het goed (dit document omvat de erfgoedevaluatie van het goed, de technische aanwijzingen in verband met de algemene technische staat van het goed, en de identificatie van de te nemen maatregelen om het goed in goede staat te handhaven) en het advies van verschillende instanties (gemeentecollege, KCMLO, en alle andere administraties waarvan ze het advies nuttig acht). Het gemeentecollege moet hiertoe overgaan tot een openbaar onderzoek met een duur van veertien dagen dat mede als basis zal dienen voor de uiteindelijke beslissing van de regering.

Bij een positieve uitkomst wordt het besluit tot opname in de monumentenlijst gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op de website van de administratie.

Het besluit kan een 'beschermingsgebied' vaststellen rondom een beschermd goed (of een goed dat is opgenomen in de beschermingslijst) naargelang de eisen voor de geïntegreerde instandhouding van dat goed. Dit gebied wordt afgebakend door het besluit tot opname in de monumentenlijst maar kan ook later worden bepaald middels een met redenen omkleed besluit van de regering.

Het wetboek voorziet in een zekere mate van gelijkwaardigheid tussen de gevolgen van de opname in de beschermingslijst en de opname in de monumentenlijst. Het betreffende goed is in beide gevallen beschermd voor een periode van twaalf maanden, moet gedurende deze periode in goede staat gehouden worden en mag niet volledig worden afgebroken (behalve bij besluit van de burgemeester ingeval een beschermd monument dreigt in te storten). Een beschermd goed mag gedeeltelijk worden afgebroken indien de eigenschappen van het goed hierdoor niet grondig gewijzigd worden en voor zover de afbraak het gevolg is van een door de regering goedgekeurd project voor een nieuwe bestemming, een restauratie of een valorisatie. Voorts mag het goed niet verplaatst worden, behalve indien dit noodzakelijk zou zijn voor de materiële vrijwaring van het goed.

Daarnaast voorziet het Wetboek in voorwaarden die toelaten om handelingen en werken uit te voeren of te laten uitvoeren aan een beschermd goed dat is opgenomen in de beschermingslijst of waarop de gevolgen van de bescherming tijdelijk van toepassing zijn.

Er is niet langer sprake van een erfgoedcertificaat, maar van een begeleiding in de vorm van erfgoedvergaderingen gedurende het hele verloop van de procedure. De bepalingen van het Erfgoedwetboek zijn op dit vlak direct in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling. Zo komt de beslissingsbevoegdheid in eerste instantie bij het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar van Stedenbouw te liggen.

Handelingen en werken aan een beschermd goed vereisen hetzij een verklaring (voor onderhoudswerken of, integendeel, met het oog op dringende bewarende werken), hetzij een vergunning of een beslissing afgeleverd overeenkomstig het WRO door het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar of de regering (in hoger beroep of bij dwingende redenen van algemeen belang).

In het geval van onderhoudswerken of dringende bewarende werken die een verklaring vereisen, kan de Erfgoedadministratie (d.w.z. het AWaP) binnen veertien dagen na ontvangst van de verklaring een erfgoedvergadering bijeenroepen waarvoor de aanvrager, de gemachtigd ambtenaar van Stedenbouw, het gemeentecollege en de KCMLO worden uitgenodigd. Zij beslissen samen over de te volgen procedure op grond van de aard van de voorziene handelingen en werken: het afleveren van een vergunning voor 'identieke' werken of dringende reddingshandelingen en -werkzaamheden, of van een stedenbouwkundige vergunning voor andere projecten.
Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor een stedenbouwkundig attest of stedenbouwkundige vergunning, kan een tweede erfgoedvergadering worden georganiseerd. Deze vergadering vervangt de projectvergadering in de zin van het WRO.
Hierna kunnen nog andere erfgoedvergaderingen georganiseerd worden, met name in verband met de uitvoering van de vergunning.

We merken verder nog op dat het Wetboek een procedure voorziet voor handelingen en werken aan niet-beschermde erfgoedgoederen (goederen opgenomen in de gemeentelijke inventarissen of de archeologische kaart). In dit geval moet de bevoegde overheid uitsluitend het advies inwinnen van de Erfgoedadministratie en, indien van toepassing, de KCMLO.

Archeologisch erfgoed

De bepalingen van het nieuwe Wetboek in verband met het archeologisch erfgoed zijn grotendeels overgenomen uit het voormalige WWROSP, maar gaan verder in op het begrip 'preventieve archeologie'. Dit houdt in dat voorafgaand aan een vergunningsaanvraag voor goederen die voorkomen op de archeologische kaart of voor een project dat groter is dan één hectare, de indiener van het project het AWaP (Waals Erfgoedagentschap) kan raadplegen om de noodzaak van voorafgaandelijke archeologische opgravingen te onderzoeken teneinde te voorkomen dat de werkzaamheden op een later tijdstip moeten worden stilgelegd omwille van toevallige archeologische vondsten.

Operationele en onroerende bepalingen

Het Erfgoedwetboek bundelt de bepalingen met betrekking tot de door het Gewest toegekende subsidies, met één nieuwigheid: handelingen en werken betreffende de uiterlijke verfraaiing van gebouwen gelegen in een beschermingsgebied, met stippen aangeduid in de gewestelijke erfgoedinventaris of opgenomen in de gemeentelijke inventaris.

Het Wetboek voorziet tevens in de oprichting van een gewestelijk centrum voor de instandhouding en de studie van archeologische goederen die werden verwijderd van hun plaats van herkomst.

Idem dito worden ook de bepalingen die de regering opleggen de eigenaar van een beschermd goed te ondersteunen samengevoegd voor een betere leesbaarheid. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het bijeenbrengen van het goed middels een aankoop of, indien noodzakelijk, het verzekeren van de onmiddellijke instandhouding van het goed. De regering wordt in deze taken bijgestaan door het AWaP.

Schadevergoedingen

De bepalingen betreffende schadevergoedingen zijn eveneens gebundeld voor meer duidelijkheid.
Zo kunnen eigenaars een schadevergoeding eisen ten laste van het Gewest wanneer een bouw- of bebouwingsverbod, dat uitsluitend uit de opname van een onroerend goed in de monumentenlijst voortvloeit, een einde maakt aan het gebruik of aan de bestemming van dat goed op de dag vóór de inwerkingtreding van het besluit tot opname in de monumentenlijst.
Daarnaast kan een schadevergoeding worden toegekend (mits overlegging van afdoend bewijsmateriaal) voor het herstel van materiële schade die het gevolg is van: archeologische verrichtingen, de schorsing van de uitvoering van een vergunning door de toevallige ontdekking van archeologische goederen, enzovoorts. De schadevergoeding wordt vastgesteld en toegekend door de regering.

Sensibilisering van publiek en erfgoedberoepen

Door de samenvoeging van het Institut wallon du Patrimoine en het Département du Patrimoine du Service public de Wallonie in het Agence wallonne du Patrimoine (AWaP), zijn de opdrachten inzake de sensibilisering van het publiek en de instandhouding van de knowhow en de opleiding in de erfgoedberoepen, die voorheen onder de bevoegdheid vielen van het Instituut, voortaan in hun algemeenheid toevertrouwd aan de regering.

Deze opdrachten omvatten het ondernemen van alle educatieve acties om bij de publieke opinie een bewustwording van de waarde van het erfgoed aan te moedigen en te ontwikkelen door de kennis van het verleden en van de gevaren die dit erfgoed bedreigen, en het sensibiliseren van de publieke opinie voor de gewestelijke erfgoedinventaris en de archeologische kaart, voor de kennis, de bescherming en de valorisatie van het erfgoed alsook voor de desbetreffende knowhow.

Gewestelijk erfgoed

Tot slot, belast het Wetboek de regering met het verzekeren van de valorisatie van beschermde goederen die onder het domein van het Gewest vallen, bijvoorbeeld door publieke promotie, toegang en onthaal.

Inwerkingtreding

Het herziene Waalse Erfgoedwetboek treedt in werking op een door de regering vastgestelde datum.

Er is voorzien in overgangsbepalingen. Zo wordt elke procedure tot opname in de beschermingslijst, voor bescherming of voor de wijziging van een besluit tot opname, elke toestemming voor archeologische opgravingen of elke lopende subsidiëring op de datum van inwerkingtreding, voortgezet op basis van de bepalingen van het Waalse Erfgoedwetboek (voormalig WWROSP) die van toepassing waren vóór die datum.

Bron: Decreet van 26 april 2018 betreffende het Waalse Erfgoedwetboek, BS 22 mei 2018

Zie ook:
Waals Wetboek van het Erfgoed (oude versie gebaseerd op het WWROSP)
Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, B.S., 14 november 2016
Besluit van de Waalse Regering van 23 november 2017 houdende organisatie van de opdrachten van het ?Agence wallonne du Patrimoine? (Waals Erfgoedagentschap), B.S., 6 december 2017