Wet met diverse bepalingen burgerlijk recht gepubliceerd

Op 2 juli 2018 is de 'wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing' in het Belgische Staatsblad gepubliceerd. Niet alleen een wet met een lange naam, maar ook een omvangrijke wet. Ze telt maar liefst 244 artikelen. Ze wijzigt onder meer het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek. We overlopen alvast even haar hoofdlijnen.

Titel 3 (art. 2-118) is integraal gewijd aan de modernisering van de burgerlijke stand: vanaf 1 januari 2019 worden de akten van de burgerlijke stand elektronisch opgemaakt en neergelegd in de Databank van de Akten van de Burgerlijke Stand (DABS).

Titel 3 (art. 119-136) heeft het over het naamrecht. Voornaamsveranderingen behoren voortaan tot de bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand, veranderingen aan de familienaam blijven bij de minister van Justitie. Beide procedures versnellen en ook de kostprijs wordt aangepast. Deze titel treedt in werking op 1 augustus 2018.

Titel 4 (art. 137-156) brengt enkele veranderingen aan het nationaliteitsrecht. Wie Belg wil worden, moet een bewijs van maatschappelijke integratie - afgeleverd door de daartoe bevoegde overheid - kunnen voorleggen. En die kan dat pas afleveren als men met succes een inburgeringstraject, een onthaaltraject of een integratieparcours heeft doorlopen. En Belgen in het buitenland krijgen meer zekerheid over het behoud van hun Belgische nationaliteit. Deze wijzigingen treden al snel in werking, op 12 juli 2018.

Titel 5 (art. 157-161) zorgt ervoor dat minderjarigen vanaf hun twaalfde op federaal niveau hun adoptiedossier kunnen inkijken, mits hun vraag wordt medeondertekend door hun vertegenwoordiger. Weigert die, dan beslist de federale centrale autoriteit of inzage wordt toegestaan of niet. Ook deze wijzigingen treden in werking op 12 juli 2018.

Titel 6 (art. 162-179) brengt enkele veranderingen aan de mede-eigendom. De vereniging van mede-eigenaars en haar organen gaan flexibeler en efficiënter werken, de verplichtingen en verantwoordelijkheden van de bewoners van het gebouw verscherpen, het syndicuscontract wordt - wat betreft de kosten - preciezer omschreven en er komen heel wat verduidelijkingen voor mede-eigenaars. De nieuwigheden gelden vanaf 1 januari 2019.

Titel 7 (art. 180-201) heeft het over het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen. Deze regels treden grotendeels in werking op 2 juli 2018.

Titel 9 (art. 204-240) wil alternatieve vormen van geschillenoplossing aanmoedigen. Bemiddelaars moeten voortaan een erkenning hebben. Mensen moeten gewezen worden op de bemiddelingsmogelijkheden. Dat is een taak van gerechtsdeurwaarders en advocaten. En rechters kunnen partijen verplichten om eerst bemiddeling uit te proberen. De structuur van de Federale Bemiddelingscommissie wordt gemoderniseerd en haar rol wordt versterkt. En de collaboratieve onderhandelingsprocedure krijgt een plaats binnen het Gerechtelijk Wetboek. Een regels treden in werking op 12 juli 2018, andere op 1 januari 2019.

Titel 10 (art. 241-244) tot slot gaat over de projecten rond kennisbeheer die het Instituut voor de gerechtelijke opleiding kan ontwikkelen, organiseren, coördineren en beheren. Onder kennisbeheer valt voortaan ook het strategische en operationeel beleid van de juridische documentatie voor de rechterlijke orde. Vanaf 12 juli 2018.

Bron: Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, BS 2 juli 2018 (DB burgerlijk recht)