Sociale partners bestrijden oneigenlijk gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid

De CAO nr. 108 over tijdelijke arbeid en uitzendarbeid omlijst het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid. De sociale partners in de Nationale Arbeidsraad (NAR) hebben dat gebruik geëvalueerd in hun advies nr. 2.091. Daarbij aansluitend hebben ze de CAO nr. 108/2 van 24 juli 2018 gesloten.

CAO nr. 108

De CAO nr. 108 omschrijft het begrip 'opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid'. De tekst bepaalt de voorafgaande voorwaarden waaraan voldaan moet worden om er gebruik van te kunnen maken. De cao regelt ook de informatieverstrekking en de raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers bij het gebruik van die contracten. En er bestaat een procedure om betwistingen te regelen. Om de twee jaar komt er een evaluatie.

Engagement

De sociale partners onderschrijven in de eerste plaats het principe dat het gebruik van opeenvolgende dagcontracten een uitzondering om economische redenen moet zijn en geen businessmodel op zich. Het gebruik van die contracten door werknemers die daar expliciet en vrijwillig zelf om vragen, staat hier los van.

Bedoeling is om het oneigenlijk gebruik te bestrijden. Sowieso willen de sociale partners komen tot een aanzienlijke vermindering van het aandeel van die contracten in het totaal aantal uitzendcontracten. Men heeft het over een globale, macro-economische vermindering met 20%, gespreid over twee jaar (in 2018 en 2019).

Om dit engagement te verwezenlijken, stippen ze drie punten aan:

de rol van de sociale inspectie;

de trimestriële rapportering van de RSZ;

de tweejaarlijkse evaluatie.

Daarbij aansluitend werd een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst gesloten, die de bestaande tekst - CAO nr. 108 - wijzigt.

CAO nr. 108/2

1/ De CAO nr. 108 omschrijft het begrip 'opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid'. De ?nood aan flexibiliteit? is een voorafgaande voorwaarde.

Namelijk: 'wanneer het werkvolume bij de gebruiker grotendeels afhankelijk is van externe factoren of het werkvolume sterk fluctueert of gekoppeld is aan de aard van de opdracht'. Nu wordt dat: 'De nood aan flexibiliteit wordt door de gebruiker bewezen voor zover en in de mate dat het werkvolume bij de gebruiker afhankelijk is van externe factoren of het werkvolume sterk fluctueert of gekoppeld is aan de aard van de opdracht.'
Dat betekent dat het aantal opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid in verhouding moet zijn met de bewezen nood aan flexibiliteit (overeenkomstig de verplichting inzake informatieverstrekking).

2/ De informatieverstrekking en de raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers bij het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid wordt versterkt.

Het gaat hier om gedetailleerde informatie over het gebruik, het bewijs voor de nood aan flexibiliteit, en informatie (op verzoek) over het aantal uitzendkrachten per schijf van opeenvolgende dagcontracten. Die gegevens worden bij het begin van elk semester ter beschikking gesteld van de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging, ongeacht de concrete datum van het sociaal overleg.
Bij de nieuwe cao zit een indicatief modelformulier (als bijlage) om de informatieverstrekking aan de werknemersvertegenwoordigers te vergemakkelijken. Maar dat formulier is dus niet verplicht. Indien de gebruiker kiest voor een bedrijfseigen systeem van informatieverstrekking, dan moet men de rubrieken weergeven die zijn opgenomen in het modelformulier.

Verder wordt de bestaande verplichting van raadpleging versterkt doordat de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging jaarlijks wordt geraadpleegd over het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid (en de motivatie om blijvend gebruik te maken van die contracten). Deze informatie- en raadplegingsverplichting moet samenvallen met één van de twee semestriële informatieverstrekkingen.

Is er geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging, dan wordt dezelfde informatie voor elke betrokken gebruiker en volgens dezelfde periodiciteit door het Fonds voor bestaanszekerheid voor de uitzendkrachten ter beschikking gesteld van de representatieve werknemersorganisaties. Daartoe bezorgt elk uitzendkantoor de nodige gegevens aan dat fonds.

De procedure die men hanteert bij eventuele bezwaren tegen het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid, is niet gewijzigd.

3/ De nieuwe cao verduidelijken dat de evaluatie van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid, om de twee jaar, zal worden uitgevoerd op basis van onder meer de trimestriële schriftelijke rapportering van RSZ-gegevens aan de sociale partners die lid zijn van de raad.

In werking

De CAO nr. 108/2 treedt pas op 1 oktober 2018 in werking.

Op die manier kunnen de gebruikers zich op hun nieuwe verplichtingen voorbereiden. Dit betekent dat de eerste semestriële informatiesessie betrekking zal hebben op het vierde kwartaal van 2018.

Bron: Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 108/2 van 24 juli 2018 tot aanpassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 108 van 16 juli 2013 betreffende de tijdelijke arbeid en de uitzendarbeid