Bevel tot aanhouding verruimd (art. 12 Verzamelwet Strafzaken)

Wanneer een verdachte niet persoonlijk kan verschijnen omdat hij vastzit in het buitenland maar wel zelf gevraagd heeft om persoonlijk aanwezig te zijn, kan de rechtbank of het hof voortaan een bevel tot aanhouding uitvaardigen. Een belangrijke nieuwigheid. Tot nu kon de feitenrechter een dergelijk bevel enkel uitvaardigen als de verdachte verzuimde om aanwezig te zijn. Dus enkel wanneer dit aan hem zelf te wijten was, niet wanneer hij wegens een voorlopige hechtenis of de uitvoering van een gevangenisstraf in het buitenland niet aanwezig kon zijn.

Met deze nieuwe mogelijkheid worden de rechten van verdediging van de verdachte beter gegarandeerd. Hij kan via die weg toch aanwezig zijn op zijn proces in ons land. Het bevel tot aanhouding is wel alleen maar mogelijk als de verdachte zelf duidelijk gevraagd heeft om persoonlijk te verschijnen. Dat kan zowel schriftelijk als mondeling gebeuren.

Dit nieuwe bevel tot aanhouding van de rechtbank of het hof kan de juridische basis vormen voor een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek aan de niet EU-detentiestaat om op die manier de tijdelijke overlevering of uitlevering mogelijk te maken. Het is de procureur des Konings die in dit geval het Europees aanhoudingsbevel zal uitvaardigen.

Artikel 12 van de wet van 11 juli 2018 treedt in werking op 28 juli 2018.

Bron: Wet van 11 juli 2018 houdende diverse bepalingen in strafzaken, BS 18 juli 2018 (art. 12 Verzamelwet Strafzaken)

Zie ook:
Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis (art. 28/1)
Wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel (art. 32)