Sociaal en arbeidsinspecteurs mogen Centraal Strafregister inkijken

De algemene directies Toezicht op de Sociale Wetten (TSW), Toezicht op het Welzijn op het Werk (TWW) en Collectieve Arbeidsbetrekkingen (COA) en de Directie van de administratieve geldboeten van de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD Waso) krijgen via een koninklijk besluit van 5 juli 2018 rechtstreeks toegang tot het Centraal Strafregister. Dat recht op toegang is echter niet onbeperkt.

Niet voor elke ambtenaar

Het KB geeft alleen toegang aan de leidinggevende ambtenaren van de betrokken administraties en aan de personeelsleden die zij bij naam aanwijzen. Bovendien hebben die personen alleen recht op toegang tot de gegevens die rechtstreeks te maken hebben met hun job, en moeten zij de regels op de bescherming van de privacy respecteren.
Toch gaat dat in sommige gevallen heel ver?

Zo mag de sociale inspectie álle gegevens inkijken die te maken hebben met eerdere veroordelingen voor: inbreuken op het Sociaal Strafwetboek, mensenhandel, verordeningen inzake vervoer, discriminatie en racisme, bedrog bij faillissement, oplichting of misbruik van vertrouwen, schriftvervalsing, bescherming van openbare inkomsten of van de sociale orde, en gewelddelicten. De sociaal inspecteurs mogen rekening houden met eerdere veroordelingen wanneer zij een overtreding vaststellen en een keuze moeten maken tussen een verwittiging of een proces-verbaal.

De personeelsleden van de algemene directie Toezicht op het Welzijn op het Werk hebben recht van toegang tot alle veroordelingen voor inbreuken op de wetgeving op het welzijn op het werk. Want, net als de sociaal inspecteurs, moeten ook de arbeidsinspecteurs een afweging maken of zij bij een overtreding een verwittiging uitsturen of een heus proces-verbaal opstellen.

De algemene directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen mag in het Centraal Strafregister de gegevens raadplegen over goed gedrag en zeden. Zij hebben die informatie nodig wanneer zij de erkenning van een havenarbeider controleren.

De Directie van de administratieve geldboeten mag tot slot alles gegevens inkijken die te maken hebben met veroordelingen voor inbreuken op de sociale wetten. Want bij een herhaling van dezelfde feiten zal het bedrag van de boete meestal hoger zijn dan bij een eerste misstap.

Geen pro-actieve controle

Minister van Justitie Koen Geens hamert er echter op dat het nooit de bedoeling kan zijn dat een ambtenaar eerst het Centraal Strafregister gaat raadplegen en dan pas aan zijn controleopdracht begint. De inbreuk komt altijd eerst, of, om het in de woorden van de minister te zeggen, ?de raadpleging moet dienstig zijn om, eens een inbreuk werd vastgesteld, de inspecteur toe te laten een gepaste keuze te maken in de gevolgen die hij aan zijn vaststellingen voorbehoudt (?)?.

De aangewezen ambtenaren moeten bij de raadpleging van het strafregister ook de regels op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer respecteren. De leidinggevende ambtenaar wordt in het KB dan ook expliciet aangewezen als de verantwoordelijke van de verwerking. Hij moet ervoor zorgen dat alleen de personeelsleden die hij bij naam aanwijst, toegang hebben tot het Centraal Strafregister, en dat die personeelsleden alleen toegang hebben tot de gegevens en verwerkingen die noodzakelijk zijn om hun functie te kunnen uitoefenen. Dat laatste geldt overigens ook voor hemzelf.

Van toepassing:

België.

Vanaf 5 augustus 2018 (wettelijke regeling van inwerkingtreding 10 dagen na publicatie in BS).

Bron: Koninklijk besluit van 5 juli 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de toegang van bepaalde openbare besturen tot het Centraal Strafregister, BS 26 juli 2018.

Zie ook:
Koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de toegang van bepaalde openbare besturen tot het Centraal Strafregister, BS 24 augustus 2001.
Sociaal Strafwetboek, BS 1 juli 2010 [art. 17, art. 55, art. 76, art. 84, art. 111 en art. 115 van het Sociaal Strafwetboek].
Koninklijk besluit van 1 juli 2011 tot uitvoering van de artikelen 16, 13°, 17, 20, 63, 70 en 88 van het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht, BS 6 juli 2011 [art. 10 van het KB van 1 juli 2011].
Koninklijk besluit van 5 juli 2004 betreffende de erkenning van havenarbeiders in de havengebieden die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid, BS 4 augustus 2004 [art. 4, §1, 1° van het KB van 5 juli 2004].