Instituut voor octrooigemachtigden komt eraan

De regels rond het beroep van octrooigemachtigde verbeteren. Tot nu is dit beroep in ons land maar deels gereglementeerd waardoor het Belgisch octrooisysteem minder aantrekkelijk is dan in onze buurlanden. Maar hier komt verandering in. We overlopen even de hoofdlijnen van de hervorming.

Ons land krijgt een Instituut voor Octrooigemachtigden. Iedereen die is ingeschreven in het register van erkende gemachtigen wordt lid van het instituut. Het ziet toe op de naleving van de tucht- en gedragsregels die op de octrooigemachtigden van toepassing zijn. En het coördineert hun permanente vorming. Dit alles moet ervoor zorgen dat de octrooigemachtigden hun beroep op een kwaliteitsvolle manier uitoefenen.

De tuchtcommissie van het Instituut kan vier tuchtstraffen uitspreken: een waarschuwing, een berisping, een boete of de doorhaling in de ledenlijst van het instituut. Tegen de beslissingen van de tuchtcommissie kan men in hoger beroep gaan bij het hof van beroep te Brussel.

Alleen wie lid is van het Instituut voor Octrooigemachtigden mag de beschermde beroepstitel van 'octrooigemachtigde' dragen.

Alle leden van het instituut zijn gebonden door het beroepsgeheim. De informatie die wordt uitgewisseld tussen de octrooigemachtigde en zijn cliënt is vertrouwelijk. De Belgische octrooigemachtigen kunnen in octrooigeschillen dus nooit verplicht worden om die informatie bekend te maken.

Andere belangrijke nieuwigheid is dat de octrooigemachtigden een spreekrecht krijgen in octrooigeschillen voor de Belgische hoven en rechtbanken. Zij mogen tussenkomen in octrooigeschillen als ze daarvoor toestemming krijgen van hun cliënt of zijn advocaat. Hun uiteenzetting mag enkel betrekking hebben op feiten, op technische overwegingen of op rechtsvragen die verband houden met de toepassing van het octrooirecht. 

De nieuwe wet van 8 juli 2018 is nog niet in werking. Een KB zal dit nog regelen. 

Bron: Wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen ter bescherming van de titel van octrooigemachtigde, BS 19 juli 2018

Zie ook:
Wetboek van economisch recht (art. XI.64/1 e.v.)