Abortus niet meer in Strafwetboek

Abortus is uit het Strafwetboek gehaald. Het wordt dus niet langer beschouwd als een misdrijf 'tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid'. Het feit dat abortus niet meer in het Strafwetboek staat, betekent niet dat het zonder meer is toegelaten. Integendeel, er is nu een specifieke wet die vastlegt in welke gevallen abortus kan en welke voorwaarden er daarbij moeten nageleefd worden. Abortus buiten dit wettelijk kader is strafbaar.

In de praktijk verandert er weinig.

Zwangerschapsafbreking blijft mogelijk tot voor het einde van de twaalfde week na de bevruchting. De arts moet de vrouw net als vroeger inlichten over de medische risico's van de ingreep en haar op de verschillende opvangmogelijkheden voor haar kind wijzen. De arts vergewist zich van de vaste wil van de vrouw om haar zwangerschap te laten afbreken.

Ook de verplichte bedenktermijn van zes dagen na de eerste raadpleging blijft bestaan. Maar voortaan vervalt die als er voor de vrouw een dringende medische reden bestaat om de zwangerschapsafbreking te versnellen.

Als de vrouw pas minder dan zes dagen voor het einde van de termijn waarbinnen zwangerschapsafbreking mogelijk is haar eerste raadpleging heeft, blijft abortus mogelijk. De termijn waarbinnen abortus kan wordt in dat geval gewoon verlengd. En dit met het aantal nog niet verstreken dagen van de bedenktermijn van zes dagen.

Na het einde van de twaalfde week na de bevruchting - eventueel verlengd met de nog niet verstreken dagen van de bedenktermijn - kan de zwangerschap alleen in twee gevallen vrijwillig afgebroken worden. Het gaat om de gevallen die ook nu al bestaan (ernstig gevaar voor de gezondheid van de vrouw of uiterst zware ongeneeslijke kwaal bij het kind).

Artsen die niet willen meewerken aan de zwangerschapsafbreking melden dit onmiddellijk aan de vrouw. Voortaan moeten ze ook de contactgegevens van een andere arts, van een centrum voor zwangerschapsafbreking of van een ziekenhuisdienst meedelen waar de vrouw wel met haar vraag terecht kan. De weigerende arts stuurt het medisch dossier van de vrouw door naar de nieuw geraadpleegde arts.

Zwangerschapsafbreking buiten dit nieuw wettelijk kader wordt strafrechtelijk gesanctioneerd. Aan de straffen verandert er niets. Het zijn dezelfde als die die tot nu in het Strafwetboek stonden.
Nieuw is wel dat er voortaan ook straffen zijn voor wie probeert een vrouw de toegang te ontzeggen tot een instelling die abortussen uitvoert. Er is voorzien in een gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en een geldboete van 100 euro tot 500 euro.

De nieuwe wet van 15 oktober 2018 treedt in werking op 8 november 2018.

Bron: Wet van 15 oktober 2018 betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking, tot opheffing van de artikelen 350 en 351 van het Strafwetboek, tot wijziging van de artikelen 352 en 383 van hetzelfde Wetboek en tot wijziging van diverse wetsbepalingen, BS 29 oktober 2018

Zie ook:
Strafwetboek (art. 350?352)