Burgemeester kan zich vaker verzetten tegen kansspelinrichting klasse III

Kansspelinrichtingen klasse III zijn inrichtingen waar ter plaatse te consumeren drank wordt verkocht en waar een beperkt aantal kansspelen wordt geëxploiteerd. Wie een vergunning wil voor dit soort kansspelinrichting moet een advies van de burgemeester kunnen voorleggen. Voor dat advies moet de burgemeester een typedocument gebruiken. Daarop vermeldt hij onder meer of de aanvrager in de loop van de laatste vijf jaar een pv heeft gekregen voor ordeverstoring, voor inbreuken op de kansspelwet ten opzichte van minderjarigen of voor inbreuken op de drankwetgeving. Hij vermeldt ook of hij al dan niet bezwaren heeft bij de plaatsing van maximaal twee automatische kansspelen en twee automatische kansspelen met verminderde inzet in de drankgelegenheid. Bezwaren moet hij motiveren.

Als blijkt dat de gemeente gemotiveerde bezwaren heeft op basis van de aangehaalde pv's, moet de kansspelcommissie de vergunning weigeren.

Geeft de burgemeester geen advies binnen twee maanden na de adviesaanvraag, dan gaat men ervan uit dat het advies gunstig is en mag de aanvraagprocedure verdergaan. De aanvrager moet wel kunnen bewijzen dat hij effectief advies heeft gevraagd. Daarom moet hij zijn adviesaanvraag en de datum daarvan bij zijn vergunningsaanvraag voegen.

Het nieuwe besluit van 11 oktober 2018 treedt in werking op 10 november 2018.

Bron: Koninklijk besluit van 11 oktober 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse C, BS 31 oktober 2018

Kansspelwet van 7 mei 1999 (art. 39 e.v.)