Collectieve beleggingsinstellingen krijgen extra mogelijkheden om hun liquiditeitsrisico te beheren

Belgische openbare (alternatieve) instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming - hierna gezamenlijk 'ICB's' genoemd - krijgen bijkomende instrumenten die ze kunnen gebruiken om hun liquiditeitsrisico te beheren.

Een KB van 15 oktober 2018 voert de mogelijkheid om die bijkomende instrumenten te gebruiken, samen met de omkaderende voorwaarden, in via een aanpassing van vijf KB's: het KB effectenleningen door bepaalde ICB's, het boekhoud-KB, het beheervennootschap-KB, het ICBE-KB en het AICB-KB.

Het KB van 15 oktober 2018 voert volgende instrumenten in:

swing pricing: dit is een mechanisme dat ertoe strekt de negatieve impact op de netto-investeringswaarde (NIW) van een ICB of één van haar compartimenten weg te nemen die veroorzaakt wordt door in- en uittredingen van deelnemers in de ICB. Swing pricing is een boekhoudkundige ingreep bij de berekening van de NIW. De NIW zal op de datum van de grote netto in- en uittredingen verhoogd of verlaagd worden met de swing factor. Bij de daaropvolgende berekening zal de NIW, behoudens nieuwe toepassing van het swing pricing-mechanisme, opnieuw op het normale niveau liggen;

anti-dilution levy: net als swing pricing is dit een mechanisme om de negatieve impact op de NIW van een ICB of van één van haar compartimenten weg te nemen die veroorzaakt wordt door in- en uittredingen van deelnemers in de ICB. De anti-dilution levy zal enkel worden toegepast na een expliciete beslissing van de ICB of de beheervennootschap. In tegenstelling tot bij swing pricing is er dus geen automatische toepassing van dit mechanisme. De beslissing slaat zowel op de hoogte van de drempel en van de bijkomende kost als op het al dan niet toepassen van het mechanisme bij overschrijden van de drempel;

redemption gates: via dit mechanisme kan de ICB of de beheervennootschap beslissen om de orders van de uittredende deelnemers slechts gedeeltelijk uit te voeren indien een op voorhand vastgelegde drempel wordt overschreden. Aangezien de orders gedeeltelijk worden uitgevoerd, wordt de berekening van de NIW zelf niet geschorst. Door het gebruik van de redemption gates krijgt de ICB of de beheervennootschap meer tijd om bij grote uittredingen de onderliggende activa te gelde te maken op de markt. Het gaat om een maatregel die bij uitstek wordt gebruikt bij stress-situaties. Deze maatregel wordt ingevoerd bovenop de bestaande mogelijkheid om onder bepaalde omstandigheden de in- en uittredingen volledig te schorsen. Informatie over het mogelijk gebruik van de maatregel moet worden opgenomen in het prospectus, de periodieke verslagen en de statuten of het beheerreglement.

Een ICB of een beheervennootschap die gebruik wil maken van minstens één van deze drie mogelijkheden moet vooraf een beleid vaststellen dat de toepassingsvoorwaarden toelicht.
In haar beleid inzake belangenconflicten moet ze ook specifiek aandacht schenken aan de belangenconflicten die kunnen voortvloeien uit het gebruik van deze instrumenten.

In werking: het KB van 15 oktober 2018 treedt in werking op 15 november 2018, tien dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 15 oktober 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 2006 met betrekking tot de effectenleningen door bepaalde instellingen voor collectieve belegging, van het koninklijk besluit van 10 november 2006 op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, van het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, van het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en van het koninklijk besluit van 25 februari 2017 met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen, BS 5 november 2018.

Zie ook:
- KB van 7 maart 2006 met betrekking tot de effectenleningen door bepaalde instellingen voor collectieve belegging, BS 10 maart 2006 (KB effectenleningen door bepaalde ICB's).
- KB van 10 november 2006 op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, BS 30 november 2016 (boekhoud-KB).
- KB van 12 november 2012 met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, BS 30 november 2012 (beheervennootschap-KB).
- KB van 12 november 2012 met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, BS 30 november 2012 (ICBE-KB).
- KB van 25 februari 2017 met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen, BS 17 maart 2017 (AICB-KB).