Outplacement: striktere invulling niet-beschikbaarheid vanaf 1 december

Voor ontslagen vanaf 1 december 2018 krijgt de notie 'werknemer die niet beschikbaar op de arbeidsmarkt moet blijven' in de context van outplacement een striktere invulling, waardoor meer werknemers in aanmerking zullen komen voor een spontaan aanbod van outplacement door de werkgever.

Outplacement

Outplacement is een verzamelterm voor begeleidende diensten en adviezen die in opdracht van de werkgever aan de ontslagen werknemer worden verleend. Bedoeling is dat de werknemer snel terug aan de slag kan.

Alle werknemers die ontslagen worden en die recht hebben op een opzeggingstermijn van minstens 30 weken (of een daarmee overeenstemmende opzeggingsvergoeding) hebben recht op outplacement, en dit ongeacht hun leeftijd.

Bijzondere regeling

Maar we moeten ook wijzen op een bijzondere regeling voor ontslagen werknemers (geen dringende reden) van 45 jaar en ouder die minstens één jaar anciënniteit hebben bij de werkgever en die geen recht hebben op een opzegtermijn of opzegvergoeding van minstens 30 weken. Zij hebben ook recht op outplacement.
Dit stelsel is opgenomen in de CAO nr. 82. Het heeft een residuair karakter want het algemeen stelsel heeft voorrang op het bijzondere stelsel.

Behalve op uitdrukkelijk verzoek is de werkgever niet verplicht om outplacementbegeleiding toe te kennen wanneer:

de deeltijdse werknemer verbonden is door een arbeidsovereenkomst met een normaal gemiddelde wekelijkse arbeidsduur die niet de helft bedraagt van de arbeidsduur van een voltijdse werknemer in een vergelijkbare situatie;

de werknemer, indien hij volledig uitkeringsgerechtigde werkloze zou worden, niet beschikbaar moet zijn voor de algemene arbeidsmarkt. Het gaat om specifieke categorieën die worden opgesomd in een KB van 21 oktober 2007.

Die categorieën van werknemers die niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt moeten blijven, worden aangepast. Men wijzigt de eerste drie categorieën en laat de laatste drie grotendeels ongemoeid.

Aangepaste categorieën

Die eerste drie categorieën worden vervangen door vijf categorieën:

de werklozen met bedrijfstoeslag met medische problemen;

de werklozen met bedrijfstoeslag op basis van de CAO nr. 17 of op basis van het nieuw algemeen stelsel;

de werklozen met bedrijfstoeslag op basis van de stelsels met jaren nachtwerk, in een zwaar beroep of in de bouwsector, met jaren in een zwaar beroep (generiek stelsel) of met een zeer lange loopbaan;

de werklozen met bedrijfstoeslag in het kader van een erkenning als onderneming in moeilijkheden of herstructurering van het bedrijf waarvoor ze werken;

de gewone werklozen (andere werknemers).

Behalve voor de eerste categorie, waarvoor geen bijkomende voorwaarde geldt, geldt als voorwaarde voor de vrijstelling van beschikbaarheid dat men ofwel de leeftijd van 62 jaar ofwel een beroepsverleden van 40 jaar of 42 jaar moet kunnen aantonen op het einde van de opzeggingstermijn of op het einde van de termijn gedekt voor de opzeggingsvergoeding.
De leeftijd of het beroepsverleden moet naargelang het geval bereikt zijn op het einde van de 'theoretische opzeggingstermijn' of op het einde van de periode gedekt door die theoretische opzeggingsvergoeding. Die notie wordt omschreven in het nieuwe besluit.

Let op! Voor ontslagen werknemers van ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering geldt de nieuwe regeling enkel voor zover de begindatum van de erkenningsperiode gelegen is vanaf 1 december 2018.

Bron: Koninklijk besluit van 15 oktober 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 oktober 2007 tot uitvoering van artikel 13, § 3, 2°, van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van artikelen 7 en 9 van de wet van 17 mei 2007 houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2007-2008, BS 29 oktober 2018