Automatische invordering van btw-schulden via innings- en invorderingsregister

Belgisch Staatsblad. ? Sinds 1 april kunnen niet-betwiste achterstallige btw-bedragen automatisch ingevorderd worden na opname in een elektronisch innings- en invorderingsregister. De administrateur-generaal moet dus geen administratief dwangbevel meer uitvaardigen ten aanzien van elke btw-plichtige afzonderlijk.

Deze wijziging werd ingevoerd door een wet van 26 november 2018.
Met een koninklijk besluit van 17 maart 2019 stemt de regering de uitvoerings-KB's af op dat nieuwe regime: het dwangbevel wordt geschrapt en vervangen door het innings- en invorderingsregister.

De regering harmoniseert ook de terminologie. De btw-administratie eist 'nalatigheidsinteresten' op de sommen die de btw-plichtige aan haar verschuldigd is, en kent 'moratoriuminteresten' toe op de sommen die zij moet teruggeven aan de btw-plichtige.

De regering preciseert ook dat 'andere teruggaven' van minder dan 12,5 euro (i.p.v. 7 euro) niet worden toegestaan (art. 12, §2 van het btw-KB nr. 4). En ze schrapt een boetebepaling die in 1995 (!) vernietigd werd door de Raad van State (art. 2 van het btw-KB nr. 41).

De wijzigingen aan de uitvoeringsbepalingen treden in werking op dezelfde datum als de wet van 26 november 2018, die aan de basis lag van het elektronische innings- en invorderingsregister. Dat is op 1 april 2019. De dwangbevelen die vóór die datum werden bezorgd, blijven uiteraard rechtsgeldig.

Van toepassing

België.

Retroactief. Vanaf 1 april 2019.

Bron: Koninklijk besluit van 17 maart 2019 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 4, 15, 24, 31, 41 en 56 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde, met het oog op de automatisering van de uitvoerbare titel inzake de belasting over de toegevoegde waarde, BS 8 april 2019.

Zie ook:
Btw-KB nr. 4.
Btw-KB nr. 15.
Btw-KB nr. 24.
Btw-KB nr. 31.
Btw-KB nr. 41.
Btw-KB nr. 56.
Wet van 26 november 2018 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wat de automatisering van de uitvoerbare titel inzake de belasting over de toegevoegde waarde betreft, BS 4 december 2018.