Statuut gerechtspersoneel krijgt update

De uitvoeringsregels rond het statuut en de evaluatie van het gerechtspersoneel worden aangepast. Aanpassingen die nodig zijn omdat de wettelijke regels hieromtrent veranderd zijn. De belangrijkste wijzigingen zien we onder meer bij de vergelijkende selectie en de stage voor nieuw benoemd gerechtspersoneel.

Vergelijkende selectie

Om via werving benoemd te kunnen worden in de klassen A1 tot klasse A5 en in de graden van de niveaus B, C en D moet het gerechtspersoneel geslaagd zijn voor een door Selor georganiseerde vergelijkend selectie. Die selectie wordt nu hervormd.

De vergelijkende selectie wordt georganiseerd op basis van de functiebeschrijving en het competentieprofiel. Vroeger bestond de selectie steeds uit een algemeen deel, en eventueel een bijzonder deel. Nu kan de vergelijkende selectie meerdere opeenvolgende modules van proeven bevatten: kandidaten kunnen enkel naar een volgende module doorstoten als ze geslaagd zijn voor de vorige. De rangschikking wordt vastgelegd op basis van de resultaten van de laatste module.

Keuzerecht

Het directiecomité van een rechtbank, een hof of een parket kiest voortaan zelf hoe het openstaande vacatures voor gerechtspersoneel invult: via mutatie, mobiliteit, werving, bevordering of verandering van graad. Het is niet langer de minister van justitie die hierover beslist.

Bijkomende vergelijkende proef

Voor specifieke functies kan het directiecomité vragen om een bijkomende vergelijkende proef te organiseren. Ook die kan uit meerdere opeenvolgende delen bestaan, waarbij men pas toegelaten wordt tot het volgende deel als men geslaagd is voor het vorige. De rangschikking in die bijkomende proef wordt bepaald op basis van de resultaten van het laatste deel. Dat bevat in elk geval een interview.

Een bijkomende vergelijkende proef moet trouwens altijd georganiseerd worden wanneer meerdere kandidaten in aanmerking komen voor mutatie, mobiliteit, werving, bevordering of verandering van graad.

De werfreserve van die bijkomende proef blijft twee jaar geldig. Geslaagden van de vergelijkende selectie zijn niet verplicht om aan die bijkomende proef deel te nemen. Doen ze dat niet, dan behouden ze gewoon hun rangschikking in de vergelijkende selectie. Net zoals wie niet slaagt voor de bijkomende proef.

Stage

De voorlopige benoeming wordt geschrapt. Het gerechtspersoneel wordt onmiddellijk definitief benoemd, en start vanaf de eedaflegging met een stage van één jaar. In principe gaat het om een voltijdse stage, maar op vraag van een stagiair met een handicap kan het ook halftijds of voor vier vijfden. De totale stageduur wordt dan wel verlengd.

De stage van stagiairs die meer dan 30 werkdagen - in één of meerdere keren - afwezig zijn, wordt verlengd.

Ook bij stagiairs die na hun stage een vermelding 'te verbeteren' of 'onvoldoende' krijgen, kan de stage verlengd worden. Die verlenging mag niet langer duren dan één derde van de stageduur.

Stagiairs kunnen ontslagen worden wegens beroepsongeschiktheid. Met een opzegtermijn van drie maanden. Ontslag zonder opzegtermijn kan bij een zware fout. De stagiair wordt wel eerst gehoord of behoorlijk opgeroepen door de magistraat-korpschef.

Toelagen

Een aantal toelagen wordt geschorst als het personeelslid meer dan dertig opeenvolgende dagen afwezig is, zijn bezoldiging verliest of een wachtgeld geniet. Het gaat om de directietoelage, de toelage voor het besturen van een personendienstvoertuig en de toelage voor de kennis van de tweede landstaal.

De directietoelage wordt voor alle personeelsleden die er recht op hebben, vastgelegd op een basisbedrag van 1.000 euro. Eenzelfde bedrag dus voor de niveaus B, C en D. Ook contractuele personeelsleden hebben recht op de toelage. Zij hebben trouwens ook recht op de premie voor het besturen van een personendienstvoertuig.

Het gerechtspersoneel dat zijn grondige kennis van de tweede landstaal aantoont, krijgt een taalpremie van 65 euro per maand. Wie een functionele kennis kan aantonen, krijgt 35 euro per maand. De taalpremie is er wel alleen maar voor gerechtspersoneel dat werkt bij een rechtscollege waar ten minste een deel van de magistraten of de leden van de griffie of het parketsecretaraat moet kunnen bewijzen dat ze meer dan één landstaal kennen. Of dat werkt bij een federale overheidsdienst, commissie, instelling of dienst dat bevoegd is voor het ganse land. Ook contractuelen hebben recht op een taalpremie.

Evaluatie

Een personeelslid dat meer dan de helft van de evaluatieperiode afwezig is, wordt niet geëvalueerd. Het krijgt ambtshalve de vermelding 'voldoet aan de verwachtingen'. Deze regel geldt enkel voor de maanden waarin het persoonslid geldelijke anciënniteit verwerft.

Het nieuwe besluit legt ook de procedure voor de evaluatie van de stagiairs vast.

Inwerkingtreding

Het nieuwe KB van 23 maart 2019 treedt in werking op 1 mei 2019. Er is voorzien in overgangsregels voor wie al geslaagd is voor een deel van een vergelijkende selectie of voor wie al gerangschikt is in een vergelijkende selectie.

Bron: Koninklijk besluit van 23 maart 2019 tot wijziging van diverse bepalingen inzake het statuut en de evaluatie van het gerechtspersoneel, BS 15 april 2019

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 260 e.v.)
Koninklijk besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel
Koninklijk besluit van 27 mei 2014 betreffende de evaluatie van de personeelsleden van de Rechterlijke Orde