Nieuw 'Fiscaal Invorderingswetboek' in het Staatsblad

De 'wet van 13 april 2019' voert een nieuw wetboek in: het 'Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen', ook 'Invorderingswetboek' genoemd.
Deze wet verscheen in het Belgisch Staatsblad van 30 april 2019.

Ze treedt, net als het nieuwe Invorderingswetboek, in werking op 1 januari 2020.
De Koning kan voor iedere categorie van schuldvordering wel een vroegere datum van inwerkingtreding bepalen.

Het 'Invorderingswetboek' past in de ambitie van de Regering om te komen tot één fiscaal wetboek. Het harmoniseert de fiscale procedures ook in opvolging van diverse aanbevelingen van de Parlementaire onderzoekscommissie 'Panamapapers'.

Voor heel wat (federale) belastingen zullen dus vanaf 2020 dezelfde invorderingsregels gelden.
Veel regels worden strenger, waardoor de fiscus in gemakkelijker zal kunnen invorderen. Anderzijds worden ook enkele bepalingen versoepeld.

Invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Het Invorderingswetboek regelt de minnelijke en gedwongen invordering van de fiscale schuldvorderingen (art. 2, § 1, 7°) en de niet-fiscale schuldvorderingen (art. 2, § 1, 8°), waarvan de 'Algemene Administratie van de Inning en de Invordering (afgekort: 'AAII')' van de FOD Financiën de invordering verzekert.

Het Invorderingswetboek regelt niet de invordering van:

elke som waarvan de inning en de invordering zijn verzekerd met toepassing van de DAVO-wet, behoudens voor wat betreft de bepalingen van dit wetboek die uitdrukkelijk van toepassing worden verklaard door de DAVO-wet;

elke strafrechtelijke veroordeling tot:een geldboete, een verbeurdverklaring van een geldsom die het ontstaan van een op het vermogen van de veroordeelde invorderbare schuldvordering bevat, de gerechtskosten of tot een bijdrage, evenals elke andere verplichting tot het betalen van een geldsom in strafzaken, behoudens voor wat betreft de bepalingen van dit wetboek die uitdrukkelijk van toepassing zijn verklaard door het Strafwetboek, door het Wetboek van Strafvordering of door het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken vastgesteld door het ?KB van 28 december 1950?.

Het Invorderingswetboek doet geen afbreuk aan de toepassing van de bepalingen opgenomen in de fiscale wetten, in de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen of in het gemeen recht die in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit Wetboek, in het bijzonder het recht van de Staat om het herstel van schade te vorderen die kan bestaan uit de niet-betaling van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, door een burgerlijke partijstelling of door een aansprakelijkheidsvordering.

De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, Boek III, Titel III, Hoofdstuk V, Afdeling IV met betrekking tot de schuldvergelijking, zijn wel niet van toepassing.

De AAII is ook niet bevoegd inzake Douane en Accijnzen, noch inzake fiscale en niet-fiscale schulden jegens de 'Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie?; het Invorderingswetboek is daar dus niet op van toepassing.

Inhoud nieuw Invorderingswetboek

Het nieuwe Invorderingswetboek bevat 5 titels:

Titel 1 ?Algemene bepalingen? (art. 1 tot en met art. 12), met daarin:het toepassingsgebied; de definities, modaliteiten en voorwaarden voor de verzending en kennisgeving van documenten; de ontvanger en de vertegenwoordiger van de Belgische Staat (de ?Algemene Administratie van de Inning en de Invordering (afgekort: ?AAII?), en de uitvoerbare titels en hun uitvoerbare kracht;

Titel 2 behandelt de fase van ?minnelijke invordering? met bepalingen over de aanmaning tot betaling en de betalingen (art. 13 tot en met art. 18);

Titel 3 beschrijft de procedures van de ?gedwongen invordering?, met daarin bepalingen over (art. 19 tot en met art. 73): de vervolgingen (incl. het fiscaal vereenvoudigd derdenbeslag); de verjaring; de rechten en voorrechten van de Schatkist (onder meer het voorrecht en de wettelijke hypotheek, en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de fiscale en niet-fiscale schulden van een aannemer of onderaannemer); de betwiste fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen; het onbeperkt uitstel van de invordering; de vrijstelling van nalatigheidsinteresten; de fiscale en niet-fiscale bemiddeling, en de wederzijdse bijstand;

Titel 4 bevat bepalingen over de onderzoeksbevoegdheden, de bewijsmiddelen en het beroepsgeheim van de ambtenaren belast met de invordering (art. 74 tot en met art. 83);

Titel 5 ?Sancties? bevat regels voor de administratieve en strafrechtelijke geldboetes en bijzondere sancties, en regelt de verhouding tussen die geldboeten en sancties (art. 84 tot en met art. 96).

Het nieuwe invorderingswetboek bevat ook de noodzakelijke wijzigingsbepalingen (waaronder wijziging van het Btw-wetboek, het WIB 1992, het WIGB, het Wetboek diverse rechten en taksen, het Wetboek der successierechten, het Wetboek van Strafvordering, de Domaniale wet van 22 december 1949, enz.), en opheffingsbepalingen.

Nieuwigheden

Tot de meest opvallende nieuwigheden in het 'Invorderingswetboek' behoren:

het begrip ?burgerrekening? dat wordt ingebed in het Invorderingswetboek. Via MyMINFIN kan elke burger aldus een overzicht krijgen van al zijn schulden en fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, en ervoor kiezen de gehele schuld of sommige schulden te vereffenen door ze te betalen of er bepaalde schuldvorderingen of kredieten voor te gebruiken;

de invoering van het innings- en invorderingsregister in het Invorderingswetboek (kwam in de plaats van het dwangbevel). Dat register zal de schulden bij de AAII kunnen groeperen en er automatisch een uitvoerbare titel voor creëren, waardoor kan worden overgegaan tot de invordering van die schulden. Naast dit nieuwe innings- en invorderingsregister blijft het kohier bestaan voor de inkomstenbelastingen alsook de rechterlijke beslissingen die kracht van gewijsde hebben en dus uitvoerbaar zijn. Dit zijn de drie soorten van ?uitvoerbare titels? die de basis vormen van de minnelijke en gedwongen invordering die de kerntaak vormen van de AAII;

het begrip ?medeschuldenaar? wordt ingevoerd in het Invorderingswetboek. De fiscale wetboeken kennen al de hoofdelijkheid tot betaling voor meerdere categorieën van personen (echtgenoot, bestuurders, overdragers van een handelsfonds, leden van een btw-eenheid), maar dit medeschuldenaarschap werd nooit duidelijk geformuleerd;

de verschuldigde nalatigheidsinteresten worden in het Invorderingswetboek geharmoniseerd. Zij zullen ingaan vanaf de derde werkdag na de versturing van de betalingsaanmaning.

Overgangsbepaling

De 'wet van 13 april 2019' is niet van toepassing:

op het administratieve dwangbevel:inzake belasting over de toegevoegde waarde dat ter kennis werd gebracht of werd betekend vóór de datum van haar inwerkingtreding; inzake diverse rechten en taksen dat betekend werd vóór de datum van haar inwerkingtreding; inzake rolrechten dat betekend werd vóór de datum van haar inwerkingtreding; inzake niet-fiscale schuldvorderingen dat ter kennis werd gebracht of werd betekend vóór de datum van haar inwerkingtreding;

op fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen:opgenomen in een kohier, een bijzonder kohier of een innings- en invorderingsregister, uitvoerbaar verklaard vóór de datum van haar inwerkingtreding; andere dan deze waarvan de inning en de invordering verzekerd zijn in toepassing van de ?wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën?, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot hun betaling, vóór de datum van haar inwerkingtreding.

In werking

De wet van 13 april 2019 treedt in werking op 1 januari 2020.

De Koning kan voor iedere categorie van schuldvordering een vroegere datum van inwerkingtreding bepalen.

Bron: Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, BS 30 april 2019.

- Meer info:
DELANOTE, Mark, Fiscale Acutaliteit, nr. 16, 25 april - 1 mei 2019, Kluwer, Mechelen.
Zie ook:
- Wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, BS 28 maart 2003 (DAVO-wet)
- Koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, BS 30 december 1950 (KB tarief strafzaken).