Nieuw Vlaams jeugddelinquentierecht start op 1 september

Op 1 september 2019, bij de start van het nieuw gerechtelijk jaar, wordt het nieuw Vlaams jeugddelinquentierecht van kracht. Een delinquentierecht dat inzet op herstel én op de verantwoordelijkheid van de jonge delictpleger. Opvang in een gesloten gemeenschapsinstelling blijft mogelijk, maar de voorkeur gaat uit naar andere reacties.

Het jeugddelinquentierecht legt de klemtoon op de verantwoordelijkheid van de jonge delinquent en het daaraan gekoppelde herstelgericht werken. Het herstelgericht werken is formeel onder de vorm van bemiddeling of herstelgericht groepsoverleg. Maar ook binnen andere reacties, zoals bijvoorbeeld het positief traject of het verblijf in een gemeenschapsinstelling, is er ruimte voor het werken rond herstel.

De mogelijkheden die procureurs des Konings en jeugdrechters/jeugdrechtbanken krijgen in hun reactie op het jeugddelict worden versterkt. Het positief project is een van de nieuwigheden. De jongere biedt zelf op een actieve en constructieve manier antwoord op zijn gedrag, via deelname aan een activiteit, een programma of een opleiding of via het uitvoeren van taken of projecten. Hij kan daarbij rekenen op begeleiding.

Bij het bepalen van welke reactie het meest geschikt is, houdt de jeugdrechtbank of jeugdrechter rekening met specifieke factoren, zoals de ernst van de feiten maar ook de persoonlijkheid en maturiteit van de jongere, zijn leefomgeving en zijn veiligheid.

Het herstelrechtelijk aanbod - bemiddeling of herstelgericht groepsoverleg - krijgt altijd de voorkeur van de jeugdrechtbank. Kiest ze daar niet voor, dan moet ze dat motiveren. Kiest de jeugdrechtbank voor een sanctie, dan heeft ze de keuze tussen berispen, een positief project, een ambulante sanctie, voorwaarden gedurende een bepaalde termijn, een gesloten oriëntatie in een gemeenschapsinstelling of een gesloten begeleiding in een gemeenschapsinstelling. Eventueel kunnen bepaalde sancties, zoals bv. het positief project of de ambulante sanctie, ondersteund worden met een elektronische monitoring. Op die manier kan de naleving van de sanctie van op een afstand gecontroleerd worden.

Gesloten opvang wordt zoveel mogelijk vermeden, maar kan toch nog bij zeer ernstige feiten. De duur van deze vrijheidsberoving is beperkt tot wat nodig en gerechtvaardigd is door de ernst van de feiten en de maturiteit van de minderjarige. Belangrijk is wel dat gesloten opvang voortaan mogelijk is voor maximaal zeven jaar. Een lange duur die een alternatief kan zijn voor de uithandengeving.

Uithandengeving van jongeren vanaf 16 jaar blijft wel mogelijk. Zij worden dan berecht als een volwassene. De voorwaarden voor uithandengeving worden wel aangepast en het systeem wordt strikter toegepast. Krijgt de jongere een gevangenisstraf, dan wordt hij tot de leeftijd van 23 jaar opgevangen in een Vlaams detentiecentrum. Duurt de gevangenisstraf langer, dan wordt hij nadien overgeplaatst naar een federale gevangenis voor volwassenen.

Tot slot nog even aanstippen dat het jeugddelinquentierecht zich in principe richt op jeugddelicten gepleegd door jongeren van 12 tot 18 jaar. Vóór de leeftijd van 12 jaar bestaat een onweerlegbaar vermoeden van niet-verantwoordelijkheid. Oplossingen voor die kinderen moeten gezocht worden binnen de jeugdhulpverlening.
De uitvoering van een binnen het jeugddelinquentierecht opgelegde reactie kan lopen tot 23 jaar. En bij een beperkt aantal jeugddelicten zelfs nog langer. Bijvoorbeeld bij een plaatsing van zeven jaar in een gesloten gemeenschapsinstelling.

Het nieuw decreet van 15 februari 2019 treedt in werking op 1 september 2019.

Bron: Decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, BS 26 april 2019